Ziekte van Weil

De ziekte van Weil is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door leptospiren: Leptospira interrogans. Er zijn veel verschillende soorten (serovars) Leptospira interrogans en alle zoogdieren (ook de mens) kunnen deze ziekte oplopen. De belangrijkste verspreiding van deze ziekte is via besmette urine van de bruine rat en van andere honden. Honden worden via de huid en slijmvliezen besmet met de ziekte van Weil. Dit kan via stilstaand (zwem)water, maar bv. ook door contact te hebben met knaagdieren of een besmette hond (of verse urine van een besmette hond). Via de bloedbaan verspreiden de leptospiren zich snel. Er kan orgaanfalen optreden, zoals nierfalen of leverproblemen. Niet iedere hond die besmet is wordt ziek. Dieren kunnen wel maandenlang drager blijven van de leptospiren en deze uitscheiden via de urine.

De symptomen van de ziekte van Weil zijn: hoge koorts, apathie, gewrichtspijnen, niet willen eten, braken, misselijkheid, veel drinken en plassen en eventueel bloedingen. Bovenstaand ziektebeeld kan een verdenking geven op ziekte van Weil, samen met het verhaal van de eigenaar (zwemmen in stilstaand water en/of contact met knaagdieren). Bij een bloedonderzoek kan een stijging van de nier- en leverwaarden gezien worden. De prognose bij een met ziekte van Weil besmette hond is erg afhankelijk van de snelheid waarmee de behandeling plaatsvindt en de mate waarop de organen zijn aangetast. Niet zelden zal een dier na besmetting komen te overlijden.

Tot voor kort werd de hond tijdens de jaarlijkse vaccinatie beschermd tegen 2 serovars die de ziekte van Weil veroorzaken. Sinds 2014 is er een verbeterd vaccin beschikbaar wat de hond beschermd tegen 4 serovars. Bij dit nieuwe vaccin moet uw hond, om optimaal beschermd te zijn, geboosterd worden. D.w.z. dat het noodzakelijk is om 4 weken na inenting met het vernieuwde vaccin uw hond nogmaals in te laten enten.